Thema hart- en vaatziekten

De rol van groenten in de strijd tegen hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer één. Door de toenemende vergrijzing neemt de omvang van het probleem nog steeds toe. Het is belangrijk hart- en vaatziekten te voorkomen en vroegtijdig op te sporen om cardiovasculaire sterfte te vermijden. Zowel ter preventie als tijdens de behandeling is een goed onderbouwd en haalbaar voedingsadvies essentieel. Groenten spelen hierin een belangrijke rol. Niet alleen zijn ze goede bron van essentiële voedingsstoffen, ze zouden ook cardiobeschermende effecten bezitten.

Hart- en vaatziekten: een korte situatieschets

Probleemstelling

Het aandeel van hart- en vaatziekten in de totale sterfte bedraagt 29% voor mannen en 30% voor vrouwen (bron: Hartbulletin april 2011). De onderliggende pathologie is meestal atherosclerose. Deze ontwikkelt zich gedurende jaren ongemerkt en is al in een vergevorderd stadium als de eerste symptomen van hart- en vaatziekten zich manifesteren.
De prevalentie van hart- en vaatziekten hangt sterk samen met een ongezonde levensstijl zoals roken, een ongezonde voeding en te weinig lichaamsbeweging. Maar ook andere niet-leefstijl gerelateerde factoren zoals leeftijd, een hoge bloeddruk en hypercholesterolemie spelen een belangrijke rol. In de leeftijdsgroep van 20 tot 70 jarigen heeft 27% van de Nederlandse mannen en 22% van de Nederlandse vrouwen hypertensie (> 140/90 mmHg) (bron: pdf Hartstichting: risicofactoren voor hvz in de NL bevolking (PZ114). Waarschijnlijk zijn er nog eens zoveel mensen die zich in dezelfde situatie bevinden maar zich er nog niet bewust van zijn. Ongeveer 4% van de Nederlandse heeft diabetes en behoort hierdoor ook tot de groep van de hoogrisicopatiënten voor hart- en vaatziekten*.

* huisartsenregistraties: de geschatte prevalentie is het gemiddelde van Continue Morbiditeitsregistratie-Nijmegen (CMR- Nijmegen, periode 2000-2004), Landelijk Informatienetwerk huisartsenzorg (LINH, 2004), Registratienet Huisartsenpraktijken Limburg (RNH-Limburg, 2001-2004), RNUH-LEO, periode 2001-2004), en het Transitieproject (periode 2000-2004). (bron: pdf Hartstichting: risicofactoren voor hvz in de NL bevolking (PZ114))

Risicogroepen

Het risico op hart- en vaatziekten is multifactorieel bepaald. In de huisartsenpraktijk bepaald men via het de NHG-Standaard PreventieConsult cardiometabool risico (CMR) het risicoprofiel om patiënten vanaf 45 jaar te screenen. Op basis van een vragenlijst wordt een inventaris gemaakt van zes belangrijke risicofactoren (zie onderstaande lijst)1.

 

Berekening van de risicoscore ten behoeve van het PreventieConsult

Mannen
1. Leeftijd punten
30-45 jaar0
45-50 jaar13
50-55 jaar17
55-60 jaar22
60-65 jaar33
65-70 jaar37
70-75 jaar46
75-85 jaar61
2. BMI< 25 kg/m20
25-30 kg/m24
> 30 kg/m212
3. Middelomtrek< 94 cm0
> 94 cm3
4. RokenJa9
Nee0
5. Hart- en vaatziekten voor het 65ste levensjaar bij vader, moeder, broer of zusJa1
Nee0
6. Diabetes type 2 bij vader, moeder, broer of zusJa 4
Nee0
 
Vrouwen
1. Leeftijdpunten
30-45 jaar0
45-50 jaar10
50-55 jaar16
55-60 jaar23
60-65 jaar29
65-70 jaar37
70-75 jaar49
75-85 jaar60
2. BMI< 25 kg/m20
25-30 kg/m24
> 30 kg/m27
3. Middelomtrek< 80 cm0
80-88 cm2
> 88 cm6
4. RokenJa9
Nee0
5. Hart- en vaatziekten voor het 65ste levensjaar bij vader, moeder, broer of zusJa4
Nee0
6. Diabetes type 2 bij vader, moeder, broer of zusJa3
Nee0


1 NHG-Standaard CMR

Op basis van deze gegevens kunnen patiënten met een verhoogd risico worden opgespoord (NHG-standaard CMR).

Verhoogd risicopatiënten

Na berekening van de score kan direct worden afgeleid welke mannen en vrouwen met een verhoogd risico op genoemde cardiometabole aandoeningen voor nadere risicoschatting in aanmerking komen voor een eerste consult bij de huisarts.

Mannen hebben een verhoogd risico wanneer zij een score van 30 of hoger hebben, vrouwen bij een score van 35 of hoger. Dit betekent dat alle mannen van 60 jaar en ouder en vrouwen van 65 jaar en ouder op basis van hun leeftijd worden uitgenodigd voor spreekuurbezoek bij de huisarts. Mannen die roken worden uitgenodigd voor aanvullend consult als ze 55 jaar of ouder zijn, voor vrouwen die roken geldt dat zij worden uitgenodigd als ze 60 jaar of ouder zijn.

Wie een risicoscore heeft boven de drempelwaarde (dus 30 bij mannen en 35 bij vrouwen worden geadviseerd contact op te nemen met de huisarts voor een nader consult (laboratoriumonderzoek en bloeddrukmeting). Afhankelijk van de uitslagen krijgen mensen een medicamenteuze of niet-medicamenteuze behandeling van hun cardiometabole risicofactoren conform de betreffende NHG-Standaarden.

Online is meer informatie te vinden over NHG-Standaard CMR en PreventieConsult voor de eerste lijn.

Kernboodschappen preventie en behandeling

Gezonder gaan leven is de eerste stap in de preventie en de behandeling van hart- en vaatziekten. Daarnaast kan ook een medicamenteuze behandeling aangewezen zijn. Medicatie is echter een aanvulling bij leefstijladvies, geen vervanging ervan. Het leefstijladvies, maar ook zeker het voedingsadvies, moeten gericht zijn op blijvende veranderingen en niet op tijdelijke.

Personen met het hoogste risico op hart- en vaatziekten hebben in absolute termen het meeste baat bij een preventieve aanpak en moeten daarom de hoogste prioriteit krijgen.

Stoppen met roken

Roken verhoogt het risico op coronaire hartziekten, CVA, abdominale aneurysma en perifeer arterieel lijden. Voor rokers is levert het stoppen met roken de meeste gezondheidswinst op.

Regelmatig bewegen

Een inactieve levensstijl draagt bij tot een verhoogd risico op een hart- en vaatziekte. Het effect van regelmatige beweging op hart- en vaatziekten is niet alleen direct, maar ook indirect door de invloed op andere risicofactoren zoals bloeddruk, lipidenprofiel en het ontwikkelen van diabetes type 2.

Er wordt aanbevolen minstens 5 keer per week matig fysiek actief te zijn gedurende 30 minuten. Bijvoorbeeld fietsen, stevig wandelen en tuinieren. Personen die hiervoor te weinig tijd hebben, kunnen extra beweging opbouwen via meerdere korte beweegsessies van telkens 10 minuten. Mensen met een cardiovasculaire voorgeschiedenis moeten advies vragen aan een arts alvorens met een fysieke training te beginnen.

Een gezond gewicht handhaven

Ongezonde voeding en overgewicht, vooral in combinatie met abdominale vetophoping, gaan gepaard met een toename van het risico op een aantal metabole afwijkingen zoals insulineresistentie en een gestoord lipidenprofiel. Gewichtsverlies bij overgewicht heeft een effect op verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals bloeddruk, HDL-cholesterol en insulineresistentie1.

Er wordt gestreefd naar het behouden van een BMI lager dan 25 en het vermijden van abdominale obesitas.

Kijk voor meer informatie ook op het overgewicht.

Gezond en evenwichtig eten

De voedingsrichtlijnen voor een gezond hart liggen in de lijn van de aanbevelingen voor een gezonde en evenwichtig samengestelde voeding. De Schijf van Vijf vormt de basis, met speciale aandacht voor de totale vetinname en de vetzuursamenstelling, zout, alcohol en de energie- en voedingsstoffenbehoefte. Afhankelijk van het risicoprofiel en de leefstijl van de patiënt wordt het voedingsadvies verder individueel aangepast.

Bijzondere aandacht voor de totale vetinname (zichtbare en onzichtbare) en voor de vetzuursamenstelling.

Het is bewezen dat vooral de beperking van de inname van verzadigde vetzuren het risico op hart- en vaatziekten kan verminderen op voorwaarde dat deze beperking wordt volgehouden. Verder is het van belang de inname van industrieel gevormde transvetzuren te vermijden en de inname van omega 3-vetzuren (vooral via vette vis) te bevorderen.

Dierlijke vetten bevatten doorgaans meer verzadigde vetzuren, uitgezonderd de vetten van vis. Dierlijke producten zoals volle zuivelproducten, volvette kaas en vet vlees leveren naast verzadigde vetzuren echter ook waardevolle voedingsstoffen zoals calcium, ijzer, zink en vitamine B12. Ze mogen daarom niet zomaar van het menu worden geschrapt. Geef de voorkeur aan halfvolle en magere zuivelproducten, magere en lightkazen en magere vleessoorten in de aanbevolen hoeveelheden. Vervang ook 2 maal per week vlees door vis. Zoete tussendoortjes (koek, gebak, chocolade) en hartige snacks kunnen ook veel verzadigde vetzuren bevatten. Ze behoren tot de restgroep van de Schijf van Vijf en moeten dus met mate worden gebruikt. Ook plantaardige bereidingsvetten zoals margarine of frituurolie (meestal verpakt in een wikkel) kunnen een aanzienlijke hoeveelheid verzadigd vet bevatten. Aandachtig het etiket lezen is de boodschap.

De Hartstichting biedt aanvullende online informatie over de voedingsadviezen bij hart- en vaatziekten.

De preventieve rol van groenten

Groenten zijn voedingsmiddelen met een hoge voedingsstoffendichtheid. Daarmee leveren ze een grote bijdrage aan onze dagelijkse voedingsstoffenbehoefte. Er wordt aanbevolen om minimaal 200 g groenten per dag te eten. Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat groenten de kans op hart- en vaatziekten verlaagd.

Onderzoeksresultaten

Op basis van prospectief onderzoek wordt geschat dat personen met een hoge groente- en fruitconsumptie 20 % minder risico lopen op hart- en vaatziekten dan personen met een lage groente- en fruitconsumptie2. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigt dat er overtuigend bewijs is voor een risicoverlagend effect en raadt 400-500 g groenten en fruit aan per dag (of 5-6 porties van zo'n 80 g)3. Een meta-analyse van 9 cohortstudies stelde vast dat elke extra portie (80 g) groenten en fruit gepaard gaat met een verlaging van het risico op hart- en vaatziekten met 4 %. Elke extra portie fruit verlaagt het risico met 7 %4. Gezien een mogelijke publicatie- of selectiebias waarschuwen de onderzoekers voor een eventuele overschatting van de relatieve risico's. In het kader van het EPIC-onderzoek werd na correctie voor een aantal leefstijlvariabelen (waaronder de inname van energie, voedingsvezels en verzadigd vet) berekend dat wie ten minste 8 porties (van elk 80 g) of ruim 600 g groenten en fruit per dag neemt 22 % minder kans heeft op een fatale ischemische hartaandoening in vergelijking met diegenen die minder dan 3 porties groenten en fruit nemen. Met andere woorden, elke extra portie (80 g) groenten en fruit zou het risico op een overlijden aan een ischemische hartaandoening met 4 % verlagen5.

2 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ons eten gemeten. Gezonde voeding en veilig voedsel in Nederland. 2004. ISBN 90-313-4411-7

3 World Health Organization. Dietary intake of fruit and vegetable and risk of diabetes mellitus and cardiovascular diseases. 2005

4 L. Dauchet, P. Amouyel, S. Hercberg, J. Dallongeville. Fruit and Vegetable Consumption and Risk of Coronary Heart Disease: A Meta-Analysis of Cohort Studies. The Journal of Nutrition. 2006; 2588 - 2593

5 F. Crowe, A. Roddam, T. Key, et al. Fruit and vegetable intake and mortality from ischaemic heart disease: results from the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC)-Heart study. European Heart Journal. 2011

Welke voedingsstoffen zijn verantwoordelijk voor de cardiobeschermende effecten?

Er is toenemend bewijs dat een hogere kaliuminname naast een beperking van de natriuminname de bloeddruk, een belangrijke risicofactor hart- en vaatziekten, kan helpen verlagen. Vooral mensen met hypertensie zouden hierbij baat hebben. Recent werd de potentiële impact van een hogere kaliuminname op de bloeddruk berekend in een systematisch overzichtsartikel van nationale voedselconsumptiegegevens. Uit de studie blijkt dat de huidige kaliuminname lager is dan de aanbeveling (1700-3700 mg per dag t.o.v. 4700 mg per dag). Een verhoging van de kaliuminname tot het aanbevolen niveau zou de systolische bloeddruk in westerse landen met 1,7 tot 3,2 mmHg kunnen verlagen. De sterftekans ten gevolge van een beroerte daalt hierdoor met 8 tot 15 % en de sterftekans ten gevolge van hartziekten met 6 tot 11 %. Deze gezondheidswinst is, volgens het onderzoek, vergelijkbaar met het effect dat men kan bereiken door de actuele zoutinname van ongeveer 9 g per dag te verlagen tot een niveau van 5 g per dag. Overigens beveelt de Gezondheidsraad in Nederland maximaal 6 gram keukenzout per dag aan 6.

Naast kalium wordt ook gewezen in de richting van voedingsvezels, vitaminen (waaronder foliumzuur) en andere bioactieve stoffen. Mogelijke mechanismen zijn een vermindering van de antioxidatieve stress, een verbetering van het lipoproteïneprofiel, een verlaging van de bloeddruk, een verbetering van de insulinegevoeligheid en de homeostaseregeling4. Het cardiobeschermende effect van groenten is dus niet terug te brengen op één voedingsstof. Waarschijnlijk spelen verschillende stoffen een rol en is het een gevolg van een complexe interactie tussen verschillende groentecomponenten. Onderzoekers hebben evenmin kunnen achterhalen van welke groentesoorten de meest preventieve werking uitgaat. Ten slotte kunnen ook andere voedingsfactoren, zoals roken, het beschermende effect van groenten zowel positief als negatief beïnvloeden.

6 van Mierlo L., Nutritional interventions and blood pressure: role of specific micronutrients and other food components. Doctoraatsthesis, Wageningen Universiteit, 2010

Lees online meer over de kaliuminname en het effect op de bloeddruk

Tips om meer groenten te eten

  • Groenten eten kan de hele dag door. Neem een ruime portie bij de warme maaltijd (150 g of 3 groentelepels; dit komt overeen met een bord voor de helft gevuld) en neem zo'n 50 g bij de broodmaaltijd, bijvoorbeeld in de vorm van rauwkost.
  • Groenten kunnen ook als tussendoortje, bv. een kop soep, een kommetje kerstomaatjes, reepjes wortel of komkommer en radijsjes.
  • In het algemeen bevatten groenten weinig calorieën. Wie de honger stilt met een stuk groente in de plaats van een vette en/of zoete snack krijgt voor hetzelfde volume minder calorieën maar beduidend meer voedingsstoffen binnen.
  • Diepvriesgroenten, groenten in blik of glas en voorgesneden groenten zijn gebruiksvriendelijk, snel klaar en altijd beschikbaar.
Op zoek naar meer groententips en recepten? Kijk op www.2x2.nl.